Terugkerende patronen kunnen hardnekkig zijn. Je weet misschien verstandelijk wat er gebeurt, maar toch reageer je steeds op dezelfde manier. Lichaamsgerichte psychotherapie kan dan helpen, omdat deze vorm van therapie niet alleen kijkt naar gedachten en gesprekken, maar ook naar lichamelijke reacties, emoties en het zenuwstelsel. Juist daar kunnen oude ervaringen nog merkbaar zijn in spanning, overtuigingen, gedrag en relaties.
Wat zijn terugkerende patronen?
Terugkerende patronen zijn reacties die zich in verschillende situaties blijven herhalen. Soms merk je ze vooral in relaties, bijvoorbeeld wanneer je je snel terugtrekt, jezelf wegcijfert of juist sterk controle wilt houden. Op het werk kunnen ze zichtbaar worden als perfectionisme, moeite met grenzen aangeven of steeds het gevoel hebben dat je tekortschiet.
Vaak zijn deze patronen ooit ontstaan als een manier om met moeilijke omstandigheden om te gaan. Ze kunnen dus een beschermende functie hebben gehad. Het lastige is dat dezelfde strategie later in het leven beperkend kan worden. Wat vroeger hielp om door te gaan, kan nu zorgen voor spanning, afstand, uitputting of een gevoel van vastzitten.
Voorbeelden van terugkerende patronen zijn:
- steeds verantwoordelijkheid nemen voor gevoelens van anderen;
- conflicten vermijden, ook als iets belangrijk voor je is;
- hard werken om waardering of veiligheid te voelen;
- snel bevriezen, pleasen of terugtrekken bij stress;
- moeite hebben met nabijheid, vertrouwen of grenzen;
- steeds dezelfde overtuiging voelen, zoals “ik ben niet goed genoeg”.
Het gaat hierbij niet alleen om gedrag. Vaak horen er ook lichamelijke reacties bij, zoals druk op de borst, gespannen schouders, een knoop in de maag, vermoeidheid of onrust. Daardoor voelt een patroon niet als een keuze, maar als iets dat automatisch gebeurt.
Hoe werkt lichaamsgerichte psychotherapie bij patronen?
Lichaamsgerichte psychotherapie vertrekt vanuit het idee dat ervaringen niet alleen in gedachten worden opgeslagen. Ook het lichaam, emoties en het zenuwstelsel spelen een rol. Wanneer iemand langdurige stress, onveiligheid of ingrijpende gebeurtenissen heeft meegemaakt, kan het lichaam later reageren alsof die oude dreiging nog steeds aanwezig is.
In sessies wordt daarom niet alleen gesproken over wat er is gebeurd, maar ook onderzocht wat iemand op dit moment ervaart. Dat gebeurt meestal met aandacht, vertraging en nieuwsgierigheid. De therapeut helpt om subtiele signalen op te merken: spanning, ademhaling, impulsen, emoties, beelden of gedachten.
Het doel is niet om het lichaam te “corrigeren”. Het gaat eerder om begrijpen wat een reactie probeert te beschermen en hoe er meer ruimte kan ontstaan. Daardoor kan iemand een andere relatie ontwikkelen tot oude patronen. Niet door ze weg te duwen, maar door ze bewuster te herkennen en minder automatisch te volgen.
Het zenuwstelsel als ingang
Het zenuwstelsel bepaalt mede hoe veilig, gespannen, alert of afgesloten iemand zich voelt. Bij stress kan het lichaam overschakelen naar vechten, vluchten, bevriezen of aanpassen. Deze reacties zijn normaal en menselijk. Ze worden pas belastend wanneer ze vaak worden geactiveerd, ook in situaties waarin er geen directe dreiging is.
Lichaamsgerichte therapie kan helpen om deze reacties op te merken voordat ze volledig de leiding nemen. Iemand leert bijvoorbeeld herkennen wanneer het lichaam aanspant, wanneer de adem stokt of wanneer er een neiging ontstaat om te verdwijnen uit contact. Dat herkennen kan al een belangrijke stap zijn.
Vanuit die bewustwording kan meer keuzevrijheid ontstaan. Niet als snelle truc, maar als een geleidelijk proces waarin het lichaam nieuwe ervaringen van rust, contact en begrenzing kan opdoen.
Emoties en overtuigingen onderzoeken
Terugkerende patronen hangen vaak samen met overtuigingen. Denk aan gedachten als: “ik moet sterk zijn”, “ik mag niemand teleurstellen” of “als ik mijn grens aangeef, raak ik verbinding kwijt”. Zulke overtuigingen kunnen diep voelen, zelfs wanneer je rationeel weet dat ze niet altijd kloppen.
In lichaamsgerichte psychotherapie worden deze overtuigingen niet alleen besproken, maar ook gevoeld in het moment. Wat gebeurt er in het lichaam als je zegt: “ik mag ruimte innemen”? Komt er ontspanning, spanning, verdriet, schaamte of juist niets? Door zo te onderzoeken, wordt zichtbaar hoe overtuigingen verbonden zijn met bescherming, emoties en oude ervaringen.
Wanneer kan lichaamsgerichte therapie relevant zijn?
Lichaamsgerichte therapie kan vooral relevant zijn wanneer praten alleen onvoldoende verandering brengt. Sommige mensen begrijpen hun patroon goed, hebben er veel over gelezen of al eerder therapie gehad, maar merken dat hun lichaam toch hetzelfde blijft reageren.
Dat kan bijvoorbeeld spelen bij klachten of thema’s zoals:
- steeds terugkerende relationele problemen;
- moeite met eigenwaarde of zelfvertrouwen;
- aanhoudende spanning, onrust of vermoeidheid;
- terugkerende gevoelens van schaamte, schuld of tekortschieten;
- moeite met grenzen, nabijheid of autonomie;
- een sterk verantwoordelijkheidsgevoel voor anderen;
- reacties die passen bij oude stress of schokkende ervaringen.
Bij deze thema’s kan het zinvol zijn om niet alleen te zoeken naar verklaringen, maar ook naar lichamelijke en emotionele patronen die in het hier en nu actief zijn. Het lichaam kan informatie geven die met woorden niet altijd meteen bereikbaar is.
Belangrijk is dat lichaamsgerichte therapie geen wondermiddel is en niet voor iedereen op hetzelfde moment passend hoeft te zijn. Veiligheid, tempo en vertrouwen zijn essentieel. Een zorgvuldig therapeutisch proces houdt rekening met wat iemand aankan en forceert geen emoties of herinneringen.
Ontwikkelingstrauma en oude overlevingspatronen
Bij ontwikkelingstrauma gaat het om ervaringen uit de vroege levensfase die invloed kunnen hebben op hoe iemand zichzelf, anderen en de wereld ervaart. Dat hoeft niet altijd één duidelijke gebeurtenis te zijn. Het kan ook gaan om langdurige omstandigheden waarin belangrijke behoeften onvoldoende ruimte kregen, zoals veiligheid, emotionele afstemming, steun, erkenning of vrijheid om jezelf te zijn.
Volgens de benadering van Ehsan Ebadi kunnen zulke ervaringen doorwerken in emoties, overtuigingen, energieniveau, gedrag en relaties. Iemand kan bijvoorbeeld geleerd hebben om vooral sterk te zijn, weinig nodig te hebben of zich aan te passen aan de omgeving. Later kan dat leiden tot afstand tot eigen gevoelens en behoeften.
Een belangrijk uitgangspunt is dat deze patronen ooit logisch waren. Ze ontstonden niet zomaar, maar hielpen om met de situatie om te gaan. In therapie wordt onderzocht hoe deze overlevingspatronen nu nog doorwerken. Daarbij ligt de aandacht niet alleen op klachten, maar ook op onderliggende wensen en behoeften.
Misschien is er een verlangen naar meer verbinding, eigenwaarde, spontaniteit of duidelijke grenzen. Door die verlangens serieus te nemen, ontstaat er een andere invalshoek. Het gaat dan niet alleen om minder last hebben van een patroon, maar ook om meer toegang krijgen tot wat belangrijk en levend voelt.
Methoden binnen lichaamsgerichte psychotherapie
Binnen lichaamsgerichte psychotherapie bestaan verschillende benaderingen. Ehsan Ebadi werkt volgens zijn website onder andere met NARM, Somatic Experiencing en inzichten uit de polyvagaaltheorie. Deze methoden hebben ieder een eigen focus, maar delen de aandacht voor lichaam, emoties en zenuwstelsel.
NARM bij vroegkinderlijk trauma
NARM staat voor Neuro Affective Relational Model. Deze benadering richt zich specifiek op vroegkinderlijk trauma en ontwikkelingstrauma. De aandacht ligt niet alleen op wat er vroeger is gebeurd, maar vooral op hoe oude patronen nu zichtbaar worden in identiteit, relaties, emoties en contact met het lichaam.
In NARM wordt onderzocht hoe iemand zich heeft aangepast om verbinding, veiligheid of eigenwaarde te behouden. Daarbij is er aandacht voor de vraag wat iemand nu verlangt, maar ook voor wat dat verlangen in de weg staat. Dit kan helpen bij patronen die diep verweven zijn met zelfbeeld en relaties.
Somatic Experiencing bij spanning en schoktrauma
Somatic Experiencing is meer gericht op spanning en schoktrauma. Deze methode kijkt naar hoe het lichaam stressreacties vasthoudt en hoe het zenuwstelsel stap voor stap meer regulatie kan vinden. Het gaat daarbij niet om het herbeleven van trauma, maar om het zorgvuldig volgen van lichamelijke signalen.
Bij mensen die snel overspoeld raken, bevriezen of juist voortdurend alert zijn, kan deze lichaamsgerichte aandacht helpend zijn. Door kleine veranderingen in spanning, beweging, ademhaling of contact op te merken, kan het lichaam soms ervaren dat er meer ruimte is dan het eerder voelde.
Inzichten uit de polyvagaaltheorie
De polyvagaaltheorie wordt vaak gebruikt om reacties van het zenuwstelsel beter te begrijpen. Zij beschrijft onder meer hoe mensen kunnen bewegen tussen toestanden van verbinding, mobilisatie en terugtrekking. In gewone taal: je kunt je open en aanwezig voelen, gespannen en alert, of juist afgesloten en verdoofd.
Deze inzichten kunnen helpen om minder oordeel te hebben over eigen reacties. Een terugtrekking is dan niet simpelweg “zwak” of “raar”, maar een beschermingsreactie van het zenuwstelsel. Dat begrip kan mildheid brengen en ruimte maken voor verandering.
Wat kun je verwachten in een sessie?
Een sessie lichaamsgerichte therapie verloopt meestal rustig en onderzoekend. Er is ruimte voor gesprek, maar de aandacht kan ook verschuiven naar wat er in het lichaam gebeurt terwijl je over een thema spreekt. De therapeut kan vragen stellen als: wat merk je nu op? Waar voel je spanning? Wat gebeurt er als je dit even niet hoeft op te lossen?
Dit vraagt geen bijzondere lichaamsvaardigheid. Je hoeft niet precies te weten wat je voelt. Ook niets voelen kan onderdeel zijn van het onderzoek. De begeleiding is erop gericht om met veiligheid en nieuwsgierigheid te kijken naar wat zich aandient.
Ehsan Ebadi beschrijft een werkwijze waarin warmte, vertrouwen, veiligheid en veerkracht centraal staan. Hij heeft volgens zijn website meer dan acht jaar ervaring met lichaamsgerichte psychotherapie, is RBCZ-gekwalificeerd therapeut en aangesloten bij beroepsvereniging VIT. Hij begeleidt cliënten in Amsterdam en online. Zijn persoonlijke achtergrond, waaronder zijn jeugd in Iran en Irak en zijn vlucht naar Nederland in 1991, maakt deel uit van de context waaruit zijn lichaamsgerichte en persoonlijke manier van werken is gegroeid.
Waarom blijven patronen soms terugkomen?
Patronen blijven vaak terugkomen omdat ze niet alleen verstandelijk zijn. Ze zijn gekoppeld aan oude leerervaringen, lichamelijke reacties en verwachtingen over contact. Als je lichaam bijvoorbeeld heeft geleerd dat grenzen stellen gevaarlijk is, kan een simpel “nee” zeggen veel spanning oproepen.
Daarom is inzicht alleen soms niet genoeg. Je kunt precies weten dat je niet verantwoordelijk bent voor iedereen, en toch automatisch gaan pleasen. Of je begrijpt dat nabijheid veilig kan zijn, maar je lichaam wil toch afstand nemen. Lichaamsgerichte therapie probeert juist op dat niveau verandering mogelijk te maken.
Verandering betekent meestal niet dat een patroon van de ene op de andere dag verdwijnt. Vaak begint het met eerder herkennen wat er gebeurt. Daarna ontstaat misschien een kleine pauze, een zachtere reactie of een nieuw gevoel van keuze. Zulke kleine verschuivingen kunnen op termijn veel betekenen in dagelijks leven, werk en relaties.
Veelgestelde vragen
Is lichaamsgerichte psychotherapie hetzelfde als praten over gevoelens?
Nee, het is meer dan praten alleen. Er is ook aandacht voor lichamelijke signalen, emoties, impulsen en reacties van het zenuwstelsel tijdens het gesprek.
Moet ik traumatische herinneringen opnieuw beleven?
Dat is niet het uitgangspunt. Een zorgvuldige lichaamsgerichte benadering werkt juist met tempo, veiligheid en wat in het moment draaglijk is.
Voor wie is lichaamsgerichte therapie geschikt?
Deze therapie kan passend zijn voor mensen die terugkerende patronen ervaren en merken dat alleen inzicht of praten onvoldoende verandering brengt.
Kan lichaamsgerichte psychotherapie online plaatsvinden?
Volgens de informatie over Ehsan Ebadi zijn sessies zowel in Amsterdam als gedurende het hele jaar online beschikbaar voor cliënten.
Hoe snel merk je verandering bij terugkerende patronen?
Dat verschilt per persoon en situatie. Diepgewortelde patronen vragen meestal tijd, herhaling, veiligheid en een zorgvuldige therapeutische relatie.







